Naar de inhoud
- Maak de suiker gewoon nat met water (reken 3 eetlepels water voor 100 gr suiker), het water wordt bijgegoten om de suiker gemakkelijker te doen smelten, maar het is niet nodig meer water bij te gieten want dan zal het lang duren eer de karamel klaar is. Het eigenlijke koken van de suiker begint immers wanner al het water verdampt is.
- Bereidt de karamel op een hevig vuur, maar laat het vuur niet in de pan slaan, want dan verbrandt de suiker.
- Als de suiker langs de wand van de pan gaat kristalliseren of te vlug bruint, bevochtig de panwand dan lichtjes met behulp van een penseel.
- Roer in het begin om de suiker in het water te doen smelten, maar roer niet meer zodra het mengsel begint te koken, want anders riskeer je dat de suiker aan de spatel gaat kleven. Om de karamel gelijkmatig te laten kleuren, draai je de pan in alle richtingen.
- Let goed op terwijl de suiker kookt. Vanaf het moment dat hij begint te kleuren mag je hem geen seconde uit het oog verliezen want hij wordt heel vlug donker.
- Om vloeibare karamel een beetje langer te kunnen bewaren, voeg je er enkele druppels citroensap bij tijdens het koken. Als hij klaar is kan je ham ook vloeibaar houden door de pan in een warm bain- marie te dompelen.
- Om een vorm gemakkelijk te karameliseren, verwarm je de vorm voor je de karamel erin giet. Het goedje gaat dan minder vlug stollen en je kan het gemakkelijker verdelen.