Het kookplekje

Tips & trucs

Rundgebraad

  • Haal het vlees minstens 1 uur voor het gebraden zal worden uit de koelkast
  • Bestrijk het met vetstof en gebruik 1/3 boter en 2/3 olie, zo zal de saus minder gemakkelijk aanbranden.
  • Kruidt het vlees niet met zout voor het aangebraden is, anders verliest het zijn sap.
  • Laat de oven altijd eerst voorverwarmen, het vlees moet meteen geschroeid worden zodat er een korstje gevormd wordt en de vleessappen en het bloed niet kunnen weglopen.
  • Kies een braadpan aangepast aan de grootte van het gebraad. Als de schotel te groot is brandt de jus gemakkelijker aan.
  • Leg het gebraad, indien mogelijk, op een rooster boven de schotel; zo wordt het niet taai door in de jus te sudderen.
  • Leg wat vergruisde beenderen, 1 fijngesneden wortel en 1 fijngesneden ui op de bodem van de schotel, dat zal de saus sterker maken.
  • Verlaag de ovenwarmte een beetje zodra het vlees geschroeid is, voeg dan een beetje water toe en besprenkel het gebraad een paar keer met de saus die op de bodem van de schotel ligt. Voeg dan pas het zout eraan toe. Draai het gebraad na de helft van de braadtijd om.
  • Als het vlees gaar is, ( 1 kg = 1uur)wikkel het dan in aluminiumpapier en houdt het warm; laat het zo rusten +/- 15 minuten terwijl u de saus afwerkt. Zo ontspannen de vezels zich en zal het gebraad malser zijn.
  • Ontvet het braadjus een beetje door het vet aan de oppervlakte met een lepel af te scheppen. Laat ongeveer 1/4 vet erin.
  • Deglaceer het braadvocht met 4 à 8 eetlepels warm water en schrap de gekarameliseerde sappen op de bodem van de schotel af. Laat de saus tot de helft inkoken.