Naar de inhoud
- Kies gave, niet te rijpe vruchten die nog een beetje zurig zijn, want hoe rijper de vrucht, hoe minder de "kracht" van de pectine en het is juist de pectine (die tijdens het kookproces wordt omgezet in gel) die de vastheid van de jam bevordert.
- Kook niet meer dan 2 kg vruchten tegelijk; een grote hoeveelheid moet te lang op het vuur, en dat komt de smaak van de jam niet ten goede.
- Bij vruchten die arm zijn aan pectine (kersen, aardbeien, meloenen, perziken, ananas, vijgen, mango's, peren, rabarber…), gebruik je best geleersuiker (met pectine verrijkt) of voeg je een geleermiddel (pectine in poedervorm, vermengd met de suiker). Je kan natuurlijk ook pectinerijke vruchten (aalbessen, veenbessen, zwarte bessen, appelen, pruimen, kweeperen, citrusvruchten…) vermengen met pectine-arme vruchten.
- Kies een pan die voldoende groot is, zodat de jam niet overkookt; de jampan mag maar voor drievierde gevuld zijn.
- Roer de vruchten voortdurend om zodat de warmte goed verdeeld wordt en de vruchten op de bodem van de pan niet aanbranden.
- Reken de kooktijd vanaf het moment dat het mengsel zichtbaar begint te koken.
- Om de vastheid van jam of gelei te meten, laat je een druppel op een koud bord vallen : het goedje moet meteen opstijven.