Het kookplekje

Soepen

Groentesoep met balletjes

Voor 6 personen

Bereiding

Maak eerst de balletjes. Meng het gehakt met het ei, het paneermeel, de nootmuskaat, een halve koffielepel zout en wat peper, en kneed alles kort maar goed dooreen. Rol er met natte handen kleine balletjes van, ongeveer zo groot als een knikker; zo krijg je er een veertigtal. Leg ze afgedekt in de koelkast tot je ze nodig hebt.

Schil de wortelen en snijd ze in dunne schijfjes. Snijd het wit en lichtgroen van de prei in ringen en de selder in kleine stukjes, en snipper de ui. Verdeel de bloemkool in kleine roosjes.

Breng de bouillon aan de kook met het laurierblad en de tijm. Voeg de wortelen, de ui en de selder toe en laat 10 minuten zacht koken. Doe dan de prei en de bloemkool erbij en laat nog 5 minuten koken.

Laat de balletjes één voor één in de zacht kokende soep glijden, niet allemaal tegelijk, zodat de soep blijft koken en de balletjes meteen stollen. Roer niet te hevig. Voeg de vermicelli toe en laat alles nog 5 minuten zachtjes trekken. De balletjes zijn gaar als ze bovendrijven.

Haal het laurierblad en de tijm eruit, proef en kruid bij met peper en zout. Strooi er net voor het opdienen de peterselie over.

Tip

Laat de soep niet hard koken nadat de balletjes erin zitten, anders vallen ze uit elkaar en wordt de soep troebel. De soep is de volgende dag nog lekkerder; voeg de vermicelli dan pas toe bij het opwarmen, anders zuigt hij alle bouillon op.

Eet smakelijk!